ijs
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɛisBetekenis
- de vaste vorm van water, bevroren water
- een lekkernij, meestal op basis van zuivel, die in bevroren toestand wordt gegeten
Hoe spreek je ijs uit?
/ɛis/
Ijs bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛi | trein |
| s | sok |
Klinkt hetzelfde als eis.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijsje [2] | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijsjes [2] | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijzen
- gebiedende wijs van ijzen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ijzen
Vervoeging van ijs
ijshele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bevroren water’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240