ijsbijl
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pikhouweel met handvat dat men gebruikt bij het beklimmen van een ijswand
- bijl met een lange steel die dient om de ruimte rond een schip ijsvrij te houden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijsbijlen | meervoud |
| ijsbijltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijsbijltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs zn en bijl zn
Woordfamilie van ijsbijl
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijsbijlen | meervoud | ijsbijl |
| ijsbijltje | verkleinwoord | ijsbijl |
| ijsbijltjes | verkleinwoord meervoud | ijsbijl |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijsbijl zijn vastgelegd.