ijsbaan
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een ijsoppervlak dat vrij van sneeuw gehouden wordt om op te schaatsen
- een stuk land waarop in de winter een ondiepe laag water wordt aangebracht om op te schaatsen wanneer de vorst intreedt, natuurijsbaan
- een ijsbaan in een sporthal, kunstijsbaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ijsbaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ijsbaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| ijsbanen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ijs en baan
Woordfamilie van ijsbaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ijsbaantje | verkleinwoord | ijsbaan |
| ijsbaantjes | verkleinwoord meervoud | ijsbaan |
| ijsbanen | meervoud | ijsbaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ijsbaan zijn vastgelegd.