trijs
zelfstandig naamwoord, werkwoord trɛisBetekenis
- constructie met een takel om zware dingen omhoog te hijsen
- takje, riet
Hoe spreek je trijs uit?
/trɛis/
Trijs bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trijsen
- gebiedende wijs van trijsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van trijsen
Vervoeging van trijs
trijshele werkwoord