geren
zelfstandig naamwoord, werkwoord ɣəˈrɛnBetekenis
- de veelvuldige of hinderlijke handeling van het rennen
- schuin uitlopen
Hoe spreek je geren uit?
/xəˈrɛn/
Geren bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- veelvuldige of hinderlijke handeling van het heel snel lopen
werkwoord
- een of meer spits toelopende stukken textiel inzetten (als onderdeel van een te maken of vermaken kledingstuk) transitive
Vervoeging van geren
gerenhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] géren | canonical |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord geer
Woordfamilie van geren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geerde | woordvorm | geren |
| geerden | woordvorm | geren |
| geert | woordvorm | geren |
| gere | woordvorm | geren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geren zijn vastgelegd.