pen
zelfstandig naamwoord, werkwoord pɛnBetekenis
- instrument om met inkt te schrijven of te tekenen
- dat gedeelte van een vulpen waarmee de inkt over het papier verdeeld wordt
- lange, stevige veer van vogels
- dunne staaf om in of door iets te steken
- pen
- hok, kooi
- mooi, knap, netjes
- hoofd
Hoe spreek je pen uit?
/pɛn/
Pen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
Klinkt hetzelfde als pent.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pennen | meervoud |
| pennetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pennetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pennen
- gebiedende wijs van pennen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van pennen
Vervoeging van pen
penhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘schrijfgereedschap’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van pen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pennetje | verkleinwoord | pen |
| pennetjes | verkleinwoord meervoud | pen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pen zijn vastgelegd.