grossist
zelfstandig naamwoord ɣrɔˈsɪstBetekenis
- bedrijf dat levert aan kleinhandelaars en winkeliers
Hoe spreek je grossist uit?
/xrɔˈsɪst/
Grossist bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grossisten | meervoud |
Herkomst
naamwoord van handeling van grossieren met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van grossist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grossisten | meervoud | grossist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grossist zijn vastgelegd.