grossierszaak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- groothandelszaak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grossierszaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grossierszaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| grossierszaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van grossier en zaak met het invoegsel -s-
Woordfamilie van grossierszaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grossierszaakje | verkleinwoord | grossierszaak |
| grossierszaakjes | verkleinwoord meervoud | grossierszaak |
| grossierszaken | meervoud | grossierszaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grossierszaak zijn vastgelegd.