gendarme
zelfstandig naamwoord ʒɑnˈdɑrməBetekenis
- een militair met politietaken
- politiebeambte, agent van het Franse (en Belgische), op militaire leest geschoeide politiekorps
- baas, iemand die iedereen rond commandeert
- forsgebouwde vrouw (met streng voorkomen), dragonder, kenau
- puntvormige insluiting, onzuiverheid
- rotsuitloper
- gerookte haring, bokking
- een type gedroogde worst (uit Zwitserland en de Elzas)
- voorn
- benaming voor een type kurkentrekker, vleugelkurkentrekker
Hoe spreek je gendarme uit?
/ʒɑnˈdɑrmə/
Gendarme bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ʒ | journaal |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| r | rood |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- militair met politietaken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gendarmen | meervoud |
| gendarmes | meervoud |
Herkomst
van Frans gendarme, in de betekenis van ‘rijkswachter in België’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847
Woordfamilie van gendarme
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gendarmen | meervoud | gendarme |
| gendarmes | meervoud | gendarme |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gendarme zijn vastgelegd.