frietkot
zelfstandig naamwoord ˈfritkɔtBetekenis
- eetgelegenheid waar vooral frieten verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse saus|sauzen
Hoe spreek je frietkot uit?
/ˈfritkɔt/
Frietkot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| r | rood |
| i | riet |
| t | tak |
| k | kat |
| ɔ | bot |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- eetgelegenheid waar vooral frieten verkocht worden, waarbij men voor de friet nog de keuze heeft uit diverse sauzen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| frietkoten | meervoud |
| frietkotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| frietkotjes | verkleinwoord, meervoud |
| frietkotten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van friet en kot
Woordfamilie van frietkot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| frietkoten | meervoud | frietkot |
| frietkotje | verkleinwoord | frietkot |
| frietkotjes | verkleinwoord meervoud | frietkot |
| frietkotten | meervoud | frietkot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frietkot zijn vastgelegd.