frietketel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het vat met vet waar de frieten in worden gefrituurd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| frietketels | meervoud |
| frietketeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| frietketeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van friet en ketel
Woordfamilie van frietketel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| frietketels | meervoud | frietketel |
| frietketeltje | verkleinwoord | frietketel |
| frietketeltjes | verkleinwoord meervoud | frietketel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van frietketel zijn vastgelegd.