data
zelfstandig naamwoord /ˈdaːtaː/Betekenis
- gegevens, informatie
- gegevens
- plat
- data, gegevens, personalia
- data
- afkorting voor datateknologi
- datum; een tijdsaanduiding die bestaat uit een dag(nummer), een maand en een jaar
Hoe spreek je data uit?
/ˈdata/
Data bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| a | maan |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord datum
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gegevens, feiten’ voor het eerst aangetroffen in 1734