belangstellen
werkwoordBetekenis
- interesse tonen voor iets
Vervoeging van belangstellen
belangstellenhele werkwoord — stelde belangverleden tijd enkelvoud — stelden belangverleden tijd meervoud — belanggesteldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stel belang | stelde belang |
| jij | stelt belang | stelde belang |
| hij, zij, het | stelt belang | stelde belang |
| wij | stellen belang | stelden belang |
| jullie | stellen belang | stelden belang |
| zij | stellen belang | stelden belang |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belang te stellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| belang te zullen stellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belang zal stellen | bijzin, toekomende tijd |
| belang zou stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| belang zouden stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| belang zoudt stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| belang zullen stellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belang zullen stellen | bijzin, toekomende tijd |
| belang zult stellen | bijzin, toekomende tijd |
| belanggesteld | verleden tijd, deelwoord |
| belanggesteld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belanggesteld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belangstel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| belangstelde | bijzin, verleden tijd |
| belangstelden | bijzin, verleden tijd |
| belangstellend | onvoltooid, deelwoord |
| belangstelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had belanggesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had belanggesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had belanggesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden belanggesteld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden belanggesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden belanggesteld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt belanggesteld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belanggesteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belanggesteld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stel belang | gebiedende wijs |
| stelde belang | verleden tijd |
| te hebben belanggesteld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen belangstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal belangstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zou belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou belangstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) belangstellen belang zou(dt) stellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden belangstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt belanggesteld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt belangstellen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belangstellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen belangstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zult belanggesteld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belangstellen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult belangstellen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal belangstellen belang zult/zal stellen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van belang en stellen
Woordfamilie van belangstellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belanggesteld | voltooid deelwoord | belangstellen |
| belanggestelde | woordvorm | belangstellen |
| belangstel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | belangstellen |
| belangstelde | subordinate-clause, verleden tijd | belangstellen |
| belangstelden | subordinate-clause, verleden tijd | belangstellen |
| belangstelle | with-subordinate-clause | belangstellen |
| belangstelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | belangstellen |
| stel belang | gebiedende wijs | belangstellen |
| stelde belang | verleden tijd | belangstellen |
| stelden belang | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | belangstellen |
| stelle belang | woordvorm | belangstellen |
| stellen belang | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | belangstellen |
| stelt belang | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | belangstellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belangstellen zijn vastgelegd.