Naar de inhoud

belangstellen

interesse tonen voor iets

belangstellen

werkwoord

Betekenis

  1. interesse tonen voor iets

Vervoeging van belangstellen

belangstellenhele werkwoord — stelde belangverleden tijd enkelvoud — stelden belangverleden tijd meervoud — belanggesteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stel belang stelde belang
jij stelt belang stelde belang
hij, zij, het stelt belang stelde belang
wij stellen belang stelden belang
jullie stellen belang stelden belang
zij stellen belang stelden belang
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
belang te stellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
belang te zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
belang zal stellen bijzin, toekomende tijd
belang zou stellen bijzin, voorwaardelijk
belang zouden stellen bijzin, voorwaardelijk
belang zoudt stellen bijzin, voorwaardelijk
belang zullen stellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
belang zullen stellen bijzin, toekomende tijd
belang zult stellen bijzin, toekomende tijd
belanggesteld verleden tijd, deelwoord
belanggesteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
belanggesteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
belangstel bijzin, tegenwoordige tijd
belangstelde bijzin, verleden tijd
belangstelden bijzin, verleden tijd
belangstellend onvoltooid, deelwoord
belangstelt bijzin, tegenwoordige tijd
ev. gebiedende wijs
had belanggesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had belanggesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had belanggesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden belanggesteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden belanggesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden belanggesteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt belanggesteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belanggesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft belanggesteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stel belang gebiedende wijs
stelde belang verleden tijd
te hebben belanggesteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen belangstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal belangstellen bijzin, toekomende tijd
zou belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou belangstellen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) belangstellen belang zou(dt) stellen bijzin, voorwaardelijk
zouden belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden belangstellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt belanggesteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt belangstellen bijzin, voorwaardelijk
zullen belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen belangstellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen belangstellen bijzin, toekomende tijd
zult belanggesteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult belangstellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult belangstellen bijzin, toekomende tijd
zult/zal belangstellen belang zult/zal stellen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van belang en stellen

Woordfamilie van belangstellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
belanggesteld voltooid deelwoord belangstellen
belanggestelde woordvorm belangstellen
belangstel subordinate-clause, tegenwoordige tijd belangstellen
belangstelde subordinate-clause, verleden tijd belangstellen
belangstelden subordinate-clause, verleden tijd belangstellen
belangstelle with-subordinate-clause belangstellen
belangstelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd belangstellen
stel belang gebiedende wijs belangstellen
stelde belang verleden tijd belangstellen
stelden belang aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon belangstellen
stelle belang woordvorm belangstellen
stellen belang aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon belangstellen
stelt belang aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon belangstellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belangstellen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over belangstellen

Wat betekent belangstellen?
Belangstellen is een werkwoord. Het woord betekent: interesse tonen voor iets.
Hoe vervoeg je belangstellen?
Je vervoegt belangstellen als volgt: het voltooid deelwoord is belanggesteld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord belangstellen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

belangstellen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. L 3
  4. A 1
  5. N 1
  6. G 3
  7. S 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. L 3
  11. L 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 26 zonder bonus
  15. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

belangstellen in het kort

belangstellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van belangstellen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort belangstellen bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

belangstellen: interesse tonen voor iets
Deel belangstellen — standaardnederlands.nl