belangen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /bəˈlɑŋə(n)/Betekenis
- betreffen
- verantwoordelijk houden, belasten met
- aanklagen, vervolgen
- betreffen, aangaan
- (Zwitserland) met ongeduld wachten, vurig verlangen naar
Hoe spreek je belangen uit?
/bəˈlɑŋən/
Belangen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van belangen
belangenhele werkwoord — belangdeverleden tijd enkelvoud — belangdenverleden tijd meervoud — belangdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | belang | belangde |
| jij | belangt | belangde |
| hij, zij, het | belangt | belangde |
| wij | belangen | belangden |
| jullie | belangen | belangden |
| zij | belangen | belangden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belang | gebiedende wijs |
| belangd | verleden tijd, deelwoord |
| belangd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| belangd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| belangde | verleden tijd |
| belange | aanvoegende wijs |
| belangend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| had belangd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had belangd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had belangd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden belangd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden belangd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden belangd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt belangd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belangd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft belangd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te belangen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben belangd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen belangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt belangd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt belangen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen belangen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult belangd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult belangen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord belang
Herkomst
afgeleid van langen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van belangen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belangd | voltooid deelwoord | belangen |
| belangde | verleden tijd | belangen |
| belangden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | belangen |
| belange | aanvoegende wijs | belangen |
| belangend | onvoltooid deelwoord | belangen |
| belangende | woordvorm | belangen |
| belangt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | belangen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belangen zijn vastgelegd.