fosburyflop
zelfstandig naamwoord ˈfɔsbəriˌflɔpBetekenis
- techniek bij het hoogspringen waarbij men ruggelings over de lat gaat
Hoe spreek je fosburyflop uit?
/ˈfɔsbəriˌflɔp/
Fosburyflop bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| b | bak |
| ə | de |
| r | rood |
| i | riet |
| l | land |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| fosburyflops | meervoud |
Herkomst
van Engels Fosbury Flop, eponiem dat verwijst naar de 20e-eeuwse Amerikaanse hoogspringer D. Fosbury die met deze techniek op de Olympische Spelen van 1968 een gouden medaille won; in de betekenis van ‘techniek bij het hoogspringen, met de rug over de lat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1968 en met de huidige schrijfwijze vanaf 1971 (zie vindplaatsen hieronder)
Woordfamilie van fosburyflop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| fosburyflops | meervoud | fosburyflop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van fosburyflop zijn vastgelegd.