down
bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord /dɑun/Betekenis
- gedeprimeerd, neerslachtig
- buiten werking
- omlaag
- naam van een van de zes quarks waaruit protonen en neutronen zijn opgebouwd
- langs
- neer, naar beneden
- gedeprimeerd
- neerslagen
- doorslikken
Hoe spreek je down uit?
/dɑun/
Down bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑu | koud |
| n | nek |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| downs | partitief, stellende trap |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- dieptepunt
- iemand met het syndroom van Down
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘neerslachtig’ voor het eerst aangetroffen in 1878
Woordfamilie van down
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| downs | partitive, positive | down |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van down zijn vastgelegd.