bob
zelfstandig naamwoord, werkwoord /bɔp/Betekenis
- type slee waarmee meerdere personen zo snel mogelijk een helling afdalen
- kort kapsel dat sinds de Eerste Wereldoorlog bij vrouwen in zwang is gekomen
Hoe spreek je bob uit?
/bɔp/
Bob bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| p | pak |
Klinkt hetzelfde als bop.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bobje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bobjes | verkleinwoord, meervoud |
| bobs | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bobben
- gebiedende wijs van bobben
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bobben
Vervoeging van bob
bobhele werkwoord
Herkomst
[1] (verkorting) van bobslee; afkomstig van Engels (werkwoord): bob "op-en-neer bewegen"
Woordfamilie van bob
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bobje | verkleinwoord | bob |
| bobjes | verkleinwoord meervoud | bob |
| bobs | meervoud | bob |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bob zijn vastgelegd.