schop
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxɔpBetekenis
- een trap met de voet
- een graafwerktuig
- een bijgebouw bij de boerderij
- gewoonlijk schoppen, één van beide zwarte speelkleuren, ♠
Hoe spreek je schop uit?
/sxɔp/
Schop bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| p | pak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bijgebouw bij de boerderij
- gewoonlijk schoppen, een van beide zwarte speelkleuren, ♠
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schopje | verkleinwoord |
| schopjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoppen | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- trappende aanraking met de voet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schopje | verkleinwoord |
| schopjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoppen | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoppen
- gebiedende wijs van schoppen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoppen
Vervoeging van schop
schophele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] schop | canonical |
Woordfamilie van schop
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schopje | verkleinwoord | schop |
| schopjes | verkleinwoord | schop |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schop zijn vastgelegd.