tactiek
zelfstandig naamwoord /tɑkˈtik/Betekenis
- een manier om onder gegeven omstandigheden een doel te bereiken
- leer van de gevechtsvoering
Hoe spreek je tactiek uit?
/tɑkˈtik/
Tactiek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tactieken | meervoud |
| tactiekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tactiekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘strategie, gericht beleid’ voor het eerst aangetroffen in 1767
Woordfamilie van tactiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tactieken | meervoud | tactiek |
| tactiekje | verkleinwoord | tactiek |
| tactiekjes | verkleinwoord meervoud | tactiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tactiek zijn vastgelegd.