kritiek
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord kriˈtikBetekenis
- uitingen die een vraagteken plaatsen achter iemands gedrag of zienswijze
- een document dat kunstzinnig commentaar levert op een optreden, tentoonstelling, boek, film of andere kunstuiting
- op het scherp van de snede, met onzekere uitkomst, cruciaal voor de toekomst
- zeer hachelijk, met groot gevaar voor leven of verdere gezondheid
Hoe spreek je kritiek uit?
/kriˈtik/
Kritiek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| i | riet |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- uitingen waarmee bepaald gedrag, een bepaalde zienswijze e.d. van anderen worden veroordeeld of in twijfel getrokken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kritieken | enkelvoud |
| kritiekje | verkleinwoord, tweede persoon |
| kritiekjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
via het Frans via Latijn criticus "kritisch, hachelijk; kritiek, beoordelaar" van Oudgrieks κριτικός (kritikos) "kritisch, in staat tot oordelen; beslissend, kritiek"
Woordfamilie van kritiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kritieke | woordvorm | kritiek |
| kritieken | enkelvoud | kritiek |
| kritieker | woordvorm | kritiek |
| kritiekere | woordvorm | kritiek |
| kritiekers | woordvorm | kritiek |
| kritiekje | verkleinwoord, 2e persoon | kritiek |
| kritiekjes | verkleinwoord | kritiek |
| kritieks | woordvorm | kritiek |
| kritiekst | woordvorm | kritiek |
| kritiekste | woordvorm | kritiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kritiek zijn vastgelegd.