grafiek
zelfstandig naamwoord ɣraˈfikBetekenis
- afbeelding van een verzameling gegevens in een plaatje dat een indruk geeft van hoeveelheden of verschillen daarin
- (vervaardiging van) afbeeldingen die afzonderlijk met een drukpers worden vermenigvuldigd
Hoe spreek je grafiek uit?
/xraˈfik/
Grafiek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| a | maan |
| f | fiets |
| i | riet |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- afbeeldingen die afzonderlijk met een drukpers worden vermenigvuldigd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grafieken | meervoud |
| grafiekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| grafiekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Latijn graphicus bn van Oudgrieks γραφικός (grafikós) "betreffende de tekenkunst of schrijfkunst; schilderachtig" **[1] vermoedelijk via Frans graphique **[2] via Duits Graphik, in de betekenis van ‘schrijf- en tekenkunst, prentkunst’ aangetroffen vanaf 1832
Woordfamilie van grafiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grafieken | meervoud | grafiek |
| grafiekje | verkleinwoord | grafiek |
| grafiekjes | verkleinwoord meervoud | grafiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grafiek zijn vastgelegd.