tacticus
zelfstandig naamwoord ˈtɑktikʏsBetekenis
- iemand die het aanvalsplan bedenkt en ten uitvoer brengt
- iemand die zo voorzichtig met mensen omgaat dat hij zijn eigen zin op een vriendelijke manier weet door te drijven
- iemand die het plan van aanpak bepaalt
Hoe spreek je tacticus uit?
/ˈtɑktikʏs/
Tacticus bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| i | riet |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| tactici | meervoud |
Herkomst
afleiding van tactiek
Woordfamilie van tacticus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tactici | meervoud | tacticus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tacticus zijn vastgelegd.