specifiek
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˌspesiˈfikBetekenis
- op zichzelf staand en met karakteristieke, duidelijk gedefinieerde eigenschappen
- kenmerkend
- in het bijzonder
Hoe spreek je specifiek uit?
/ˌspesiˈfik/
Specifiek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| e | veel |
| i | riet |
| f | fiets |
| k | kat |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- de capaciteit van een test om de afwezigheid van een verschijnsel aan te tonen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| specifieke | verbogen, stellende trap |
| specifieker | onverbogen, vergrotende trap |
| specifiekere | verbogen, vergrotende trap |
| specifiekers | partitief, vergrotende trap |
| specifieks | partitief, stellende trap |
| specifiekst | onverbogen, overtreffende trap |
| specifiekste | verbogen, overtreffende trap |
Woordfamilie van specifiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| specifieke | verbogen vorm | specifiek |
| specifieker | vergrotende trap | specifiek |
| specifiekere | verbogen vergrotende trap | specifiek |
| specifiekers | partitieve vergrotende trap | specifiek |
| specifieks | partitive, positive | specifiek |
| specifiekst | uninflected, superlative | specifiek |
| specifiekste | inflected, superlative | specifiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van specifiek zijn vastgelegd.