strekking
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het gebied waarover het zich uitstrekt, betekenis, teneur.
- de bedoeling, het doel
- beloop, richting
- richting van een geologische laag zijnde de hoek tussen het noorden en de snijlijn met het horizontaal|horizontale vlak
zelfstandig naamwoord
- richting van een geologische laag zijnde de hoek tussen het noorden en de snijlijn met het horizontale vlak
- vleugel van een partij.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strekkingen | meervoud |
| strekkinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strekkinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van strekken met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van strekking
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strekkingen | meervoud | strekking |
| strekkinkje | verkleinwoord | strekking |
| strekkinkjes | verkleinwoord meervoud | strekking |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strekking zijn vastgelegd.