strek
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- de lange kant van een baksteen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| strekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| strekjes | verkleinwoord, meervoud |
| strekken | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strekken
- gebiedende wijs van strekken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strekken
Vervoeging van strek
strekhele werkwoord
Woordfamilie van strek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| strekje | verkleinwoord | strek |
| strekjes | verkleinwoord meervoud | strek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van strek zijn vastgelegd.