gestel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lichamelijke gesteldheid van de mens, constitutie
- samenstelling
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gestellen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘samenstel’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van gestel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestellen | meervoud | gestel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gestel zijn vastgelegd.