stelling
zelfstandig naamwoord ˈstɛlɪŋBetekenis
- een bewering waarvan de juistheid is bewezen, een theorema
- een formulering van een mening, een stellingname, these
- de stand van stukken op een bord, een opstelling
- een verdedigingswerk
- stellage, stellingkast, magazijnstelling
- steiger, bouwsteiger
- houten omloop (galerij) rond bepaalde windmolens om de wieken te bedienen
Hoe spreek je stelling uit?
/ˈstɛlɪŋ/
Stelling bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stellingen | meervoud |
| stellinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stellinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stellage’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van stelling
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stellingen | meervoud | stelling |
| stellinkje | verkleinwoord | stelling |
| stellinkjes | verkleinwoord meervoud | stelling |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stelling zijn vastgelegd.