teken
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈtekə(n)Betekenis
- (semiotiek) symbool, signaal, aanduiding
- een afgesproken gebaar
- de genormeerde figuren van het alfabet, muziekschrift, cijfers, operatoren enz.
- genomen
Hoe spreek je teken uit?
/ˈtekən/
Teken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- symbool, signaal, aanduiding
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (tekenen) * | meervoud |
| tekens | meervoud |
| tekentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| tekentjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord
- Ixodida een orde van geleedpotige parasieten die behoren tot de klasse der spinachtigen. Samen met de mijten vormen zij de onderklasse der Acari. Teken zijn nauw verwant aan mijten, maar de precieze relatie is onduidelijk
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord teek
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tekenen
- gebiedende wijs van tekenen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tekenen
Vervoeging van teken
tekenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘blijk, merk’ aangetroffen vanaf 901
Woordfamilie van teken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| tekens | meervoud | teken |
| tekentje | verkleinwoord | teken |
| tekentjes | verkleinwoord meervoud | teken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van teken zijn vastgelegd.