Naar de inhoud

ontsteken

in vlammen doen opgaan

ontsteken

werkwoord /ɔnt.'ste.kə(n)/

Betekenis

  1. in vlammen doen opgaan
  2. overdrachtelijk: heet worden van woede
  3. geïnfecteerd raken

Hoe spreek je ontsteken uit?

/ɔntˈstekən/

Ontsteken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /ɔntˈstekən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
t tak
s sok
e veel
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ontsteken

ontstekenhele werkwoord — ontstakverleden tijd enkelvoud — ontstakenverleden tijd meervoud — ontstokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontsteek ontstak
jij ontsteekt ontstaakt
hij, zij, het ontsteekt ontstak
wij ontsteken ontstaken
jullie ontsteken ontstaken
zij ontsteken ontstaken
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontstoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontstoken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontstoken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontstoken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontstoken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontstoken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontstoken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontstoken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontstoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontstoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontstoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontstoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontstoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontstoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontstoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontstoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontstak verleden tijd
ontstaken verleden tijd
ontsteek gebiedende wijs
ontsteke aanvoegende wijs
ontstekend onvoltooid, deelwoord
ontstoken verleden tijd, deelwoord
ontstoken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontstoken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontstoken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstoken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstoken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontstoken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontstoken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontstoken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstoken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontstoken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben ontstoken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontsteken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontstoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontstoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontstoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontstoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontstoken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontstoken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontstoken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontstoken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontstoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontstoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontstoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontstoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontstoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontstoken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontstoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontstoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontstoken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontstoken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontstoken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontsteken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontstoken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontstoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontstoken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontsteken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontstoken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontstoken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontstoken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van steken met het voorvoegsel ont-.

Woordfamilie van ontsteken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontstaakt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon ontsteken
ontstak verleden tijd ontsteken
ontstaken verleden tijd ontsteken
ontsteek gebiedende wijs ontsteken
ontsteekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontsteken
ontsteke aanvoegende wijs ontsteken
ontstekend onvoltooid deelwoord ontsteken
ontstekende woordvorm ontsteken
ontstoken voltooid deelwoord ontsteken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontsteken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontsteken

Hoe spreek je ontsteken uit?
De uitspraak van ontsteken is: /ɔnt.'ste.kə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent ontsteken?
Ontsteken is een werkwoord. Het woord betekent: in vlammen doen opgaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontsteken?
Je vervoegt ontsteken als volgt: de tegenwoordige tijd is ontsteek, de verleden tijd is ontstak en het voltooid deelwoord is ontstoken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op ontsteken?

Er staan 43 woorden in dit woordenboek die op ontsteken rijmen, waaronder deken, uitroepteken en steken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op ontsteken, uitspraak ɔntˈstekən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
deken 2
uitroepteken 4
steken 2
spreken 2
tegenspreken 4
bespreken 3
teken 2
weken 2
kweken 2
aanhalingsteken 5
oversteken 4
letterteken 4
onderbreken 4
verbleken 3
eken 2
openbreken 4
kaïnsteken 3
ereteken 4
shaken 2
wonderteken 4
aangekeken 4
aangestreken 4
azteken 3
bekeken 3
exclamatieteken 6
gekeken 3
hagepreken 4
hielingsteken 4
infotheken 4
jezuïetenstreken 6
keken 2
klemtoonteken 4
onderstrepingsteken 6
oneindigheidsteken 6
ongelijkheidsteken 6
passieweken 4
pornotheken 4
proefwerkweken 5
reisapotheken 5
reken 2
Nog 3 rijmwoorden
spelotheken 4
vaatjesteken 4
veertigurenweken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontsteken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontsteken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontsteken in het kort

ontsteken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontsteken zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontsteken bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontsteken: in vlammen doen opgaan
Deel ontsteken — standaardnederlands.nl