Naar de inhoud

spreken

zich met behulp van de stem uiten

spreken

werkwoord /ˈspreːkə(n)/

Betekenis

  1. zich met behulp van de stem uiten
  2. zich met behulp van de stem kunnen uiten in een bepaald taal
  3. ~ over een bepaald onderwerp aansnijden

Hoe spreek je spreken uit?

/ˈsprekən/

Spreken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsprekən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
r rood
e veel
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van spreken

sprekenhele werkwoord — sprakverleden tijd enkelvoud — sprakenverleden tijd meervoud — gesprokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spreek sprak
jij spreekt spraakt
hij, zij, het spreekt sprak
wij spreken spraken
jullie spreken spraken
zij spreken spraken
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gesproken verleden tijd, deelwoord
gesproken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesproken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesproken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesproken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesproken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesproken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesproken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesproken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesproken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesproken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesproken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sprak verleden tijd
spreek gebiedende wijs
spreke aanvoegende wijs
sprekend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesproken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesproken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesproken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘praten’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van spreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesproken voltooid deelwoord spreken
spraakt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon spreken
sprak verleden tijd spreken
spreek gebiedende wijs spreken
spreekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon spreken
spreke aanvoegende wijs spreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spreken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over spreken

Hoe spreek ik spreken uit?
Zo spreek je spreken uit: /ˈspreːkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van spreken?
Spreken is een werkwoord. De betekenis is: zich met behulp van de stem uiten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik spreken?
Zo vervoeg je spreken zo: de tegenwoordige tijd is spreek, de verleden tijd is sprak en het voltooid deelwoord is gesproken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met spreken

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op spreken?

Er staan 43 woorden in dit woordenboek die op spreken rijmen, waaronder deken, uitroepteken en steken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op spreken, uitspraak ˈsprekən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
deken 2
uitroepteken 4
steken 2
tegenspreken 4
bespreken 3
teken 2
ontsteken 3
weken 2
kweken 2
aanhalingsteken 5
oversteken 4
letterteken 4
onderbreken 4
verbleken 3
eken 2
openbreken 4
kaïnsteken 3
ereteken 4
shaken 2
wonderteken 4
aangekeken 4
aangestreken 4
azteken 3
bekeken 3
exclamatieteken 6
gekeken 3
hagepreken 4
hielingsteken 4
infotheken 4
jezuïetenstreken 6
keken 2
klemtoonteken 4
onderstrepingsteken 6
oneindigheidsteken 6
ongelijkheidsteken 6
passieweken 4
pornotheken 4
proefwerkweken 5
reisapotheken 5
reken 2
Nog 3 rijmwoorden
spelotheken 4
vaatjesteken 4
veertigurenweken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spreken is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. R 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spreken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. R 2
  4. E 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

spreken telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spreken in het kort

spreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van spreken staan er 33 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort spreken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

spreken: zich met behulp van de stem uiten
Deel spreken — standaardnederlands.nl