stekelvarken
zelfstandig naamwoord ˈstekəlˌvɑrkə(n)Betekenis
- een gewoon stekelvarken een groot knaagdier met een stekelige vacht
- (Oude Wereld)
Hoe spreek je stekelvarken uit?
/ˈstekəlˌvɑrkən/
Stekelvarken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- Hystrix cristata een gewoon stekelvarken een groot knaagdier met een stekelige vacht
- een knaagdier behorend tot de Erethizontidae (Nieuwe Wereld) of Hystricidae (Oude Wereld)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stekelvarkens | meervoud |
| stekelvarkentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stekelvarkentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in 1761
Woordfamilie van stekelvarken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stekelvarkens | meervoud | stekelvarken |
| stekelvarkentje | verkleinwoord | stekelvarken |
| stekelvarkentjes | verkleinwoord meervoud | stekelvarken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stekelvarken zijn vastgelegd.