Naar de inhoud

onderbreken

actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen

onderbreken

werkwoord ˌɔndərˈbrekə(n)

Betekenis

  1. actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen

Hoe spreek je onderbreken uit?

/ˌɔndərˈbrekən/

Onderbreken bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌɔndərˈbrekən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
n nek
d dak
ə de
r rood
b bak
e veel
k kat
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van onderbreken

onderbrekenhele werkwoord — onderbrakverleden tijd enkelvoud — onderbrakenverleden tijd meervoud — onderbrokenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onderbreek onderbrak
jij onderbreekt onderbraakt
hij, zij, het onderbreekt onderbrak
wij onderbreken onderbraken
jullie onderbreken onderbraken
zij onderbreken onderbraken
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onderbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onderbroken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onderbroken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onderbroken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onderbroken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onderbroken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onderbroken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onderbroken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onderbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onderbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onderbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onderbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onderbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onderbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onderbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onderbrak verleden tijd
onderbreek gebiedende wijs
onderbreke aanvoegende wijs
onderbrekend onvoltooid, deelwoord
onderbroken verleden tijd, deelwoord
onderbroken te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderbroken te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderbroken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderbroken te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderbroken te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderbroken worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderbroken zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderbroken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderbroken zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderbroken zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben onderbroken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onderbreken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onderbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onderbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onderbroken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onderbroken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onderbroken voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onderbroken enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onderbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onderbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onderbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onderbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onderbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onderbroken enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onderbroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderbroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onderbroken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderbroken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderbroken zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen onderbreken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onderbroken zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen onderbroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen onderbroken zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult onderbreken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult onderbroken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onderbroken worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onderbroken zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van onder bw en breken ww

Woordfamilie van onderbreken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onderbrak verleden tijd onderbreken
onderbraken aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onderbreken
onderbreek gebiedende wijs onderbreken
onderbreekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onderbreken
onderbreke aanvoegende wijs onderbreken
onderbrekend onvoltooid deelwoord onderbreken
onderbrekende woordvorm onderbreken
onderbroken voltooid deelwoord onderbreken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderbreken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over onderbreken

Hoe spreek je onderbreken uit?
De uitspraak van onderbreken is: /ˌɔndərˈbrekə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent onderbreken?
Onderbreken is een werkwoord. Het woord betekent: actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen.
Hoe vervoeg je onderbreken?
Je vervoegt onderbreken als volgt: de tegenwoordige tijd is onderbreek, de verleden tijd is onderbrak en het voltooid deelwoord is onderbroken. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op onderbreken?

Er staan 43 woorden in dit woordenboek die op onderbreken rijmen, waaronder deken, uitroepteken en steken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op onderbreken, uitspraak ˌɔndərˈbrekən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
deken 2
uitroepteken 4
steken 2
spreken 2
tegenspreken 4
bespreken 3
teken 2
ontsteken 3
weken 2
kweken 2
aanhalingsteken 5
oversteken 4
letterteken 4
verbleken 3
eken 2
openbreken 4
kaïnsteken 3
ereteken 4
shaken 2
wonderteken 4
aangekeken 4
aangestreken 4
azteken 3
bekeken 3
exclamatieteken 6
gekeken 3
hagepreken 4
hielingsteken 4
infotheken 4
jezuïetenstreken 6
keken 2
klemtoonteken 4
onderstrepingsteken 6
oneindigheidsteken 6
ongelijkheidsteken 6
passieweken 4
pornotheken 4
proefwerkweken 5
reisapotheken 5
reken 2
Nog 3 rijmwoorden
spelotheken 4
vaatjesteken 4
veertigurenweken 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderbreken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. B 3
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderbreken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. B 4
  7. R 2
  8. E 1
  9. K 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderbreken in het kort

onderbreken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van onderbreken zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onderbreken bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onderbreken: actie ondernemen om een in gang zijnd proces tot staan te brengen
Deel onderbreken — standaardnederlands.nl