spoorwachter
zelfstandig naamwoord ˈsporwɑxtərBetekenis
- iemand die bij een spoorwegovergang ervoor zorgde dat de spoorbomen op tijd open- en dichtgingen
Hoe spreek je spoorwachter uit?
/ˈsporwɑxtər/
Spoorwachter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| spoorwachters | meervoud |
| spoorwachtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| spoorwachtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van spoor en wachter
Woordfamilie van spoorwachter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| spoorwachters | meervoud | spoorwachter |
| spoorwachtertje | verkleinwoord | spoorwachter |
| spoorwachtertjes | verkleinwoord meervoud | spoorwachter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spoorwachter zijn vastgelegd.