sofist
zelfstandig naamwoord soˈfɪstBetekenis
- Beoefenaar van het sofisme:
- Chr., die de filosofie op de praktijk toepaste
Hoe spreek je sofist uit?
/soˈfɪst/
Sofist bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| o | boot |
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| sofisten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘die scherpzinnige drogredenen aanvoert’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1621 met het achtervoegsel -ist
Woordfamilie van sofist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| sofisten | meervoud | sofist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van sofist zijn vastgelegd.