schoffel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈsxɔfəlBetekenis
- een horizontaal liggend scherp geslepen mes van staal dat bevestigd is aan een houten steel
Hoe spreek je schoffel uit?
/ˈsxɔfəl/
Schoffel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoffels | meervoud |
| schoffeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoffeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoffelen
- gebiedende wijs van schoffelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schoffelen
Vervoeging van schoffel
schoffelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘tuingereedschap’ voor het eerst aangetroffen in 1651
Woordfamilie van schoffel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoffels | meervoud | schoffel |
| schoffeltje | verkleinwoord | schoffel |
| schoffeltjes | verkleinwoord meervoud | schoffel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoffel zijn vastgelegd.