rol
zelfstandig naamwoord, werkwoord rɔlBetekenis
- cilindervormig voorwerp
- een rond een spil gewonden lange strook papier of stof
- een uitbeelding van een personage in een film of toneelstuk
- een functie
- lijst, register
- rollen; zich wentelend over een oppervlak bewegen
- rollen, oprollen
- rollen, uitrollen
Hoe spreek je rol uit?
/rɔl/
Rol bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een rond een spil [1] gewonden lange strook papier of stof
- een vertolking van een personage in een film of toneelstuk
- een functie, een taak
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rollen | meervoud |
| rolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
- gebiedende wijs van rollen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rollen
Vervoeging van rol
rolhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘opgerold stuk’ voor het eerst aangetroffen in 1280
Woordfamilie van rol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rolletje | verkleinwoord | rol |
| rolletjes | verkleinwoord meervoud | rol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rol zijn vastgelegd.