exitpoll
zelfstandig naamwoord ˈɛksɪtˌpɔːlBetekenis
- een peiling van het stemgedrag van de kiezers tijdens de dag van de verkiezingen zelf, mensen die hebben gestemd wordt bij de uitgang van het stembureau gevraagd voor wie ze hebben gestemd
Hoe spreek je exitpoll uit?
/ˈɛksɪtˌpɔl/
Exitpoll bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- peiling van het stemgedrag van de kiezers tijdens de dag van de verkiezingen zelf: mensen die hebben gestemd wordt bij de uitgang van het stembureau gevraagd voor wie ze hebben gestemd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| exitpolls | meervoud |
Herkomst
van Engels exit poll, op te vatten als samenstelling van exit zn en poll zn
Woordfamilie van exitpoll
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exitpolls | meervoud | exitpoll |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exitpoll zijn vastgelegd.