stol
zelfstandig naamwoord, werkwoord stɔlBetekenis
- luxe brood met krenten en spijs
- stoel
- tafel
- symbool van ambt, waardigheid of macht
- plateau, platform
- en dragende kozijn of statief voor iets
Hoe spreek je stol uit?
/stɔl/
Stol bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- kerstbrood
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stollen | meervoud |
| stolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stollen
- gebiedende wijs van stollen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stollen
Vervoeging van stol
stolhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] stol | canonical |
Woordfamilie van stol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stolletje | verkleinwoord | stol |
| stolletjes | verkleinwoord meervoud | stol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stol zijn vastgelegd.