bol
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord bɔlBetekenis
- (o.a. stereometrie) driedimensionaal lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van het middelpunt, sfeer
- min of meer rond voorwerp
- bolvormig, vlezig, onderaards plantendeel in schubben of rokken opgehoopt waar gestopt in de grond een plant uit groeit, bloembol
- een hoofd
- rond brood met bolle bovenkant
- heer, baas
- een glooiende uitstulping in een oppervlak vormend
- vette
- (= vette klei die als medicijn voor dieren dient)
- (in de krop van o.m. vogels)
- pijn
- een lichaam zonder hoofd, armen en benen, torso
- het onderdeel van een kledingstuk voor 1
- een boomstam zonder takken
- een schuilplaats voor insecten en kleine dieren, nest
- een stuk landbouwareaal van een bepaalde omvang dat een bepaald huurbedrag oplevert
- (streektaal) leger (voor mensen), slaapplaats
- bijslaap, geslachtsgemeenschap
- verdriet
- bal
Hoe spreek je bol uit?
/bɔl/
Bol bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| l | land |
zelfstandig naamwoord — masculine
- driedimensionaal lichaam, begrensd door een gebogen oppervlak waarvan alle punten even ver verwijderd zijn van het middelpunt, sfeer
- hoofd [1], informal, vernacular
- / heer, baas feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bolleke | verkleinwoord, enkelvoud |
| bollekes | verkleinwoord, meervoud |
| bollen | meervoud |
| bolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bollen
- gebiedende wijs van bollen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bollen
Vervoeging van bol
bolhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rond voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in 1280
Woordfamilie van bol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boller | woordvorm | bol |
| bollere | woordvorm | bol |
| bollers | woordvorm | bol |
| bols | woordvorm | bol |
| bolst | woordvorm | bol |
| bolste | woordvorm | bol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bol zijn vastgelegd.