benzol
zelfstandig naamwoord bɛnˈzɔlBetekenis
- een organische verbinding met als brutoformule C6H6
- BTEX; een mengsel van aromatische koolwaterstoffen, met name benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen
- een van de bekendste vertegenwoordigers van de aromatische verbindingen
- C6H6
- organická sloučenina
- benzen
Hoe spreek je benzol uit?
/bɛnˈzɔl/
Benzol bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| z | zon |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een organische verbinding met als brutoformule C₆H₆
Herkomst
van Duits Benzol, als benaming in 1834 voor het eerst gebruikt door de Duitse scheikundige J. Von Liebig (1803-1873) gevormd uit Benzin met -ol als verwijzing naar Latijn oleum "olie", in de betekenis van ‘benzeen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1867