hol
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord hɔlBetekenis
- zonder inhoud, zonder betekenis, leeg
- wat een lege ruimte of voorwerp in zich heeft
- alsof het uit een lege ruimte komt, niet vol van klank
- naar binnen of naar beneden gebogen
- met hoge golfslag
- verdiept, concaaf
- grot, spelonk
- ondergrondse woning of schuilplaats van een dier
- onbeheerst rennen van een mens of dier
- waar
- (zonder inhoud)
- (binnenin leeg)
- (klank)
- (gebogen)
- (golfslag)
- een kleine vlakke hoop
- gat, opening
- toegang
- gat, kuil, kom, laagte, put, verdieping
- hiaat, lacune, leemte
- gevangenisruimte
- dakkamer, zijkamer, zolderkamer (een kleine donkere afgelegen kamer)
- negorij, achtergeblieven gehucht, gat
Hoe spreek je hol uit?
/hɔl/
Hol bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als hall.
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| holle | verbogen, stellende trap |
| holler | onverbogen, vergrotende trap |
| hollere | verbogen, vergrotende trap |
| hollers | partitief, vergrotende trap |
| hols | partitief, stellende trap |
| holst | onverbogen, overtreffende trap |
| holste | verbogen, overtreffende trap |
bijwoord
- met een lage klank
zelfstandig naamwoord — neuter
- ondergrondse woonruimte of schuilplaats van bepaalde diersoorten
- primitieve verblijfsruimte pejorative
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hollen
- gebiedende wijs van hollen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hollen
Vervoeging van hol
holhele werkwoord
Herkomst
bn in de betekenis van ‘leeg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 918
Woordfamilie van hol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hollere | verbogen vergrotende trap | hol |
| holletje | woordvorm | hol |
| holletjes | meervoud | hol |
| hols | partitive, positive | hol |
| holst | uninflected, superlative | hol |
| holste | inflected, superlative | hol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hol zijn vastgelegd.