pol
zelfstandig naamwoord pɔlBetekenis
- bundel van plantaardig materiaal inclusief aardkluit
Hoe spreek je pol uit?
/pɔl/
Pol bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| l | land |
Klinkt hetzelfde als poll.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pollen | meervoud |
| polletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| polletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Nederduits, in de betekenis van ‘graspol’ voor het eerst aangetroffen in 1764
Woordfamilie van pol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| polletje | verkleinwoord | pol |
| polletjes | verkleinwoord meervoud | pol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pol zijn vastgelegd.