purist
zelfstandig naamwoord pyˈrɪstBetekenis
- iemand die zuiverheid nastreeft en geen verandering of vernieuwing tolereert
Hoe spreek je purist uit?
/pyˈrɪst/
Purist bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| puristen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord van Frans puriste, in de betekenis van ‘taalzuiveraar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1731
Woordfamilie van purist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| puristen | meervoud | purist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van purist zijn vastgelegd.