overgankelijk
bijvoeglijk naamwoord /ˌovərˈɣɑŋkələk/Betekenis
- van een werkwoord een lijdend voorwerp bezittend waarop de werking van het werkwoord overgedragen wordt
- van een werkwoord een lijdend voorwerp bezittend dat in de lijdende vorm overgaat in een onderwerp
- door te geven, verder werkend, over te dragen
- van voorbijgaande aard, een tussenstadium vormend
Hoe spreek je overgankelijk uit?
/ˌovərˈxɑŋkələk/
Overgankelijk bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| l | land |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgankelijke | verbogen |
| overgankelijker | onverbogen, stellende trap |
| overgankelijkere | verbogen, stellende trap |
| overgankelijkers | partitief, stellende trap |
| overgankelijks | partitief |
| overgankelijkst | onverbogen, vergrotende trap |
| overgankelijkste | verbogen, vergrotende trap |
Herkomst
leenvertaling van Latijn transitivus: afgeleid van overgang met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van overgankelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgankelijke | inflected | overgankelijk |
| overgankelijker | uninflected, positive | overgankelijk |
| overgankelijkere | verbogen vorm | overgankelijk |
| overgankelijkers | partitive, positive | overgankelijk |
| overgankelijks | partitive | overgankelijk |
| overgankelijkst | vergrotende trap | overgankelijk |
| overgankelijkste | verbogen vergrotende trap | overgankelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overgankelijk zijn vastgelegd.