orangist
zelfstandig naamwoord orɑ̃ˈʒɪstBetekenis
- aanhanger van het huis van Oranje in de Nederlanden
- oranjegezind persoon in de Zuidelijke Nederlanden na de afscheiding door de jonge staat België
- aanhanger van de protestantse Engelsgezinde partij in Ulster
Hoe spreek je orangist uit?
/orɑˈʒɪst/
Orangist bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| ʒ | journaal |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| orangisten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘aanhanger van het Oranjehuis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1795
Woordfamilie van orangist
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| orangisten | meervoud | orangist |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van orangist zijn vastgelegd.