mozaïek
zelfstandig naamwoord mozaˈikBetekenis
- figuur van kleine, ingelegde stukjes glas, steen, hout e.d, inlegwerk
Hoe spreek je mozaïek uit?
/mozaˈik/
Mozaïek bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| z | zon |
| a | maan |
| i | riet |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- figuur van aaneengesloten kleine, ingelegde stukjes glas, steen, hout die op een harde ondergrond zijn bevestigd
- geheel van kleine onderdelen dat een onbedoeld patroon of onverwachte samenhang laat zien figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mozaïeken | meervoud |
| mozaïekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mozaïekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands musaica van Frans mosaique, in de betekenis van ‘inlegwerk’ voor het eerst aangetroffen in 1679
Woordfamilie van mozaïek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mozaïekje | verkleinwoord | mozaïek |
| mozaïekjes | verkleinwoord meervoud | mozaïek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mozaïek zijn vastgelegd.