meiboom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een versierde paal of boom die men plant op 30 april of 1 mei maar soms ook rond Pinksteren of tijdens het Midzomerfeest
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meibomen | meervoud |
| meiboompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meiboompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van mei zn en boom zn
Woordfamilie van meiboom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meibomen | meervoud | meiboom |
| meiboompje | verkleinwoord | meiboom |
| meiboompjes | verkleinwoord meervoud | meiboom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meiboom zijn vastgelegd.