Naar de inhoud

matten

een mat aanbrengen op

matten is meer dan één woord

matten

werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. een mat aanbrengen op
  2. mat maken, matteren
  3. vervaardigd van matten of biezen
  4. wrongel van melk, karnemelk, eieren en amandelen; bestanddeel van mattentaart

Vervoeging van matten

mattenhele werkwoord — matteverleden tijd enkelvoud — gematvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mat matte
jij mat matte
hij, zij, het mat matte
wij matten —
jullie matten —
zij matten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemat verleden tijd, deelwoord
gemat te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemat te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemat te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemat te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemat worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemat zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemat zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemat zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mat gebiedende wijs
matte verleden tijd
matte aanvoegende wijs
mattend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te matten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen matten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemat voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemat voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemat enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemat enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemat worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemat zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt matten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemat zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemat zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen matten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemat worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemat zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult matten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van matten

Vervoeging van matten

mattenhele werkwoord

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mat

Herkomst

In de betekenis van ‘knokken’ voor het eerst aangetroffen in 1950

Woordfamilie van matten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemat voltooid deelwoord matten
gematte woordvorm matten
mattend onvoltooid deelwoord matten
mattende woordvorm matten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van matten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over matten

Wat is de betekenis van matten?
Matten is een werkwoord. De betekenis is: een mat aanbrengen op. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik matten?
Zo vervoeg je matten zo: de tegenwoordige tijd is mat, de verleden tijd is matte en het voltooid deelwoord is gemat. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord matten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

matten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

matten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

matten in het kort

matten is zowel werkwoord, bijvoeglijk naamwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de betekenissen geldt, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van matten staan er 72 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort matten bij een woordfamilie van 4 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

matten: een mat aanbrengen op
Deel matten — standaardnederlands.nl