krater
zelfstandig naamwoord ˈkratərBetekenis
- een trechtervormige uitholling in de grond veroorzaakt door een inslag of een vulkanische explosie
- een mengvat voor wijn en water uit het Oude Griekenland
- vulkaankrater,
Hoe spreek je krater uit?
/ˈkratər/
Krater bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een trechtervormige uitholling in de grond veroorzaakt door een inslag of een (vulkanische) explosie
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kraters | meervoud |
| kratertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kratertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘mond van vulkaan’ voor het eerst aangetroffen in 1844
Woordfamilie van krater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kraters | meervoud | krater |
| kratertje | verkleinwoord | krater |
| kratertjes | verkleinwoord meervoud | krater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krater zijn vastgelegd.