koopdag
zelfstandig naamwoord /'kopdɑx/Betekenis
- een dag dat de winkels open zijn er er dus gewinkeld en gekocht kan worden
Hoe spreek je koopdag uit?
/ˈkopdɑx/
Koopdag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| o | boot |
| p | pak |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koopdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van kopen ww en dag zn
Woordfamilie van koopdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koopdagen | meervoud | koopdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koopdag zijn vastgelegd.